|
In landen waar rijst het basisvoedsel is, hoort de rijstkoker (een Japanse vinding) tot de standaarduitrusting van de keuken. Het is dan ook een ideaal hulpmiddel voor het koken van rijst. Je doet de met een bijgeleverde maatbeker afgemeten hoeveelheid rijst erin, giet er water bij volgens de maatverdeling op de binnenpan (voor 3 bekers rijst vul je de pan met water of bouillon tot het maatstreepje waar een "3" bijstaat), doet de deksel erop, zet de schakelaar op "cook" of "koken", en het apparaat brengt het water aan de kook.
|  |
Als de rijst gaar is, schakelt het apparaat vanzelf over op een warmhoudfunctie. Je hoeft geen kookwekker te zetten, geen rijst af te gieten, en de rijst blijft urenlang op temperatuur. Behalve de toch al weinig interessante snelkookrijst, kun je alle soorten rijst erin koken: met lange en korte korrel, wit of zilvervlies, losse of kleefrijst. Zelfs linzen gaan goed in de rijstkoker. Voor sommige gerechten (pilau, nasi koening) moet rijst eerst worden gefruit in boter of olie (al dan niet met ui, knoflook en kruiden). Dat kan ook in de rijstkoker, maar let erop dat de schakelaar op "koken" blijft staan, want zodra het gewicht in de pan te laag is (als er dus nog geen vocht bij zit) wordt er automatisch naar "warmhouden" overgeschakeld. Nog een voordeel van de rijstkoker is dat het een pit op het fornuis uitspaart. |  |